|



|
De VOC en
de
Indo-Europeaan |
Beknopte
Geschiedenis (1)

VOC-vloot voor Indië,
het latere Indonesië.
De oprichting
van de VOC en de Indo-Europeaan
In navolging
van de Portugezen en de Spanjaarden legde Cornelis Houtman in 1596
met een handelsvloot aan voor de kust van Java.
Nadat de handel
in specerijen (zoals nootmuskaat, peper, kaneel, kruidnagel en foelie, de schil ervan)
zeer winstgevend bleek, werd in 1602 de Verenigde Oost-Indische
Compagnie (VOC) opgericht. Deze zou tot 1795 bestaan.De VOC wilde geen kolonie vestigen, daarom mochten
er nauwelijks vrouwen overkomen uit Nederland. Hierdoor en ook om
hun loopbaan te verzekeren, gingen de mannen
samenleven of trouwen met inlandse,
Aziatische, vrouwen die vanwege hun
huwelijk de Nederlandse nationaliteit kregen evenals de kinderen
die uit deze relaties werden geboren. Als de
vader onwettige kinderen erkende, hen liet dopen en als Europeanen
opvoedde, konden zij ook deze status krijgen met vooruitzicht op een
betrekking of huwelijk in de Europese gemeenschap (wat toentertijd erg
gunstig was). De kinderen zullen zich later Indo-Europeanen* noemen
en Indisch om zich te onderscheiden van de inheemse bevolking en de
totoks, de 100%-Nederlander.
*
Het juridisch begrip 'Europeaan' werd daarnaast uitgebreid vanwege
politieke en economische contacten met een aantal niet-Europese
landen. Zo ontstond er de vreemde situatie dat er ook een aantal
Siamezen en Japanners te boek stonden als 'Europeaan'.
Top
|
|

Detail van een kruidnagelboom.
De kruidnagels zijn wit tijdens de groei,
rood
bij het rijpen en zwart na het drogen. |
Aan het einde van de 18e eeuw raakte
Indë in een isolement: Frakrijk
had Nederland bezet en daardoor
was het contact tussen de VOC en Nederland verbroken.
De later door Frankrijk gezonden gouverneur-generaal riep door zijn
wijze van optreden zoveel kritiek op dat hij in 1811 werd
teruggeroepen.
Mede hierdoor was het mogelijk dat de Engelsen,
die ondertussen al de kleine eilanden Réunion en
Ile de France hadden veroverd, ook Java konden
innemen. De Engelse overheersing
duurde tot 1816, want toen werd Java overgedragen aan het nieuwe Koninkrijk der
Nederlanden.
Vanaf toen werd het gebied bestuurd door Nederlandse ambtenaren en
niet langer meer door kooplieden van de VOC.
Top
|

Het drogen van kruidnagels
op Ambon, Molukken. |
Economische positie van de
Indo-Europeanen
De meeste Indo-Europeanen zouden tot 1870 als ambtenaar bij
de regering werken, maar steeds meer werden ze achtergesteld ten
opzichte van de
'volbloed' Europeanen uit Nederland (de
'totoks') die in
grote getale toestroomden en de beste betrekkingen kregen. De
Mei-Beweging
die in 1848
plaatsvond, was een eerste
openlijk protest
tegen dit onrecht.
In 1864 werd een
Bestuursopleiding met het
Klein-Ambtenaars-examen
ingevoerd. Alle Indo-Europeanen
maakten nu
kans op een plaats
binnen het
bestuursstelsel, maar toch ontstonden er grote verschillen
tussen
hun toekomstperspectieven
in de laagbetaalde betrekkingen en die van de
'totok'
in hun felbegeerde hogere functies. Daarbij kregen ook
steeds meer inlanders
een baan in de koloniale samenleving
aangeboden, mede omdat ze met minder geld genoegen namen..
Top
|

Vrouwen sorteren
en ontbolsteren muskaatnoten.
|
|

Propaganda van de PNI, de Partai Nasional
Indonesia |
Zo begonnen veel Indo-Europeanen
zich enerzijds vertrapt te voelen door de volbloed Nederlanders en
anderzijds verdrongen door de
inlanders.
Werkeloosheid, armoede en verpaupering vormden aan het einde van de 19e eeuw een groot
probleem. De Indo's stonden erop "Europeaan" te zijn en toen kwam het
begrip Indo-Europeaan in zwang, met de nadruk op Indo.
Zowel vanuit inheemse als niet-inheemse hoek ontstonden er
verschillende bewegingen en de meeste ervan hadden een beter bestaan
van de inheemse bevolking voor ogen. Deze bewegingen hadden
voornamelijk een adviserende rol, maar spoedig waren er ook nationale
en revolutionaire groeperingen die een van Nederland onafhankelijke
Indië wilden. Samen met enkele
invloedrijke leiders richtte Soekarno in 1927 de revolutionaire
groepering Partai Nasional Indonesia op.
Noot: Al werd de
Indische gemeenschap vaak voorgesteld als een groep
dat klemzat
tussen
de
inheemse
mensen
en
de 'totokkers', in
werkelijkheid
bestonden
er
binnen de Indische gemeenschap zelf ook al zoveel verschillen en tegenstellingen in
welstand en status dat er moeilijk sprake kan zijn
van één bepaalde gemeenschap.
Top
Bronnen: 'Ik wilde
eigenlijk niet gaan', een uitgave gebaseerd op de Tentoonstelling
Thuisvaart
Weerzien met Indië, een uitgave van Waanders in samenwerking met het
Tropenmuseum |
|