|


Aurelia
Hes & Alfred Eduard Abels
1918-1972 1913-1962
Mijn
ouders komen van
Midden-Java in
Indonesie -
Alfred, mijn vader, van Semarang
(1913) en Aurelia, mijn moeder,
van Cheribon, het huidige Cirebon
(1918).
Zij trouwden in 1939 te Semarang
(zie foto rechts).
Beide
ouders waren Indisch.
Top
|
|
 |
|
|
|
|
Andir,
het Vliegveld bij Bandung,
1938
Op
de foto staat de grootmoeder
van Charles Vermeulen, de
eigenaar van deze foto.
Op zijn website staan o.a. prachtige
foto's: http://charlesvermeulen.com/
De
Oorlog
| Twee
jaar na hun huwelijk
was de Tweede Wereldoorlog
ook op Midden-Java
een feit. Mijn vader
werkte toen bij luchtvaartmaatschappij 'Andir' bij
Bandung.
Hij
vocht mee als KNIL-militair,
het Koninklijke Nederlands-Indisch
Leger, maar werd
al spoedig krijgsgevangene
in een der vele Jappenkampen. |
In
het begin van de oorlog
woonde mijn moeder
nog bij verschillende
familieleden in, maar
ook zij werd al spoedig
ingesloten in een Jappenkamp.
Samen
met haar moeder en
zussen ging ze van
het ene kamp naar
het andere en uiteindelijk
belandde ze in Djakarta. |
Oorlogservaringen
Over de oorlogsperiode
heb ik niet zoveel informatie
uit eerste hand, maar toen
ik
acht jaar was, hoorde ik mijn vader eens
met iemand over zijn oorlogservaringen
praten.
Wat ik hoorde heeft me diep getroffen
en ik herinner me nog steeds
de pijn en de boosheid die ik toen voelde
vanwege de verschrikkelijke dingen
die 'mijn' vader en 'mijn' moeder waren
aangedaan.
Gebeurtenis
1
De vijand had een hoeveelheid mensen,
waaronder mijn vader, neergeschoten.
Terwijl hij zwaargewond tussen de
doden lag, liepen de moordenaars
over het veld om te controleren of
iedereen dood was.
Mijn vader heeft zich toen geruime
tijd 'doodstil' moeten houden. Of
het nu om Japanners gingof om Vrijheidsstrijders,
is mij niet bekend. |
Gebeurtenis
2
In het 'Jappenkamp'
werd mijn vader,
al dan niet samen
met andere slachtoffers,
tot aan zijn hoofd
in het zand ingegraven.
Dit was ter 'vermaak' van de vijand
die zijn hoofd op z'n minst een gehele
dag als urinoir-paaltje gebruikte. |
Top

Semarang
1953.
V.l.n.r.: Mijn moeder Aurelia,
ik (Astrid), Hanny,
Andrew en een zus van mijn moeder
Antonia (or Ot). |
Kinderen
Hun
eerste twee
kinderen
- eerst dochter
Evelien en
een jaar
later zoon
Ferdinand
- overleden
helaas vrij
snel na de
geboorte
en het verdriet
om deze twee
bleef vers
omdat er
ook enkele
miskramen
volgden.
Toen mijn moeder in 1948
opnieuw zwanger was, kochten
m'n ouders - vertelde een
tante ons - de baby 'voor
een cent van de duivel' en
een paar maand later kregen
ze inderdaad een gezonde
zoon, Andrew.
(Hoe het verhaal over de
duivel ontstond, weten we
niet, maar als kind vonden
we het wel heel interessant.
De tante die ons dit vertelde,
was Andrews peettante.)
In 1951 volgde tot grote
vreugde een dochter, Hanny, en
in 1953 werd het gezin uitgebreid
met nog een dochter, Astrid
(ondergetekende).
Top |
|
|
|
|
| De
Overtocht
Gezien alle
gewelddadigheden en onzekerheden
in Indonesie besloten ook
mijn ouders te verhuizen
naar een veiliger omgeving,
zij het met pijn in hun hart.
De keuze werd (voorlopig)
Nederland, Zij hebben
bijna al hun eigendommen
van de hand moeten doen,
om de overtocht te kunnen
betalen maar ook omdat ze
alleen een bepaalde hoeveelheid
bagage mochten meenemen.
Hun bagage bestond voornamelijk
uit één kleine
hutkoffer, een groengeverfde
houten kist van 1 meter lang,
35 cm hoog en 50 cm diep.

Deze
kist lijkt veel
op onze hutkoffer
die nu als opbergruimte dient.
Een
ander waardevol
aandenken aan
mijn ouders zijn
deze twee kleine
houten beeldjes
rechts.
Het zijn de hoofdjes van een danser
en een danseres. Van oorsprong
waaierde de hoofdtooi van de danseres
aan weerszijden uit. Wat uitstak
heeft mijn moeder moeten afbreken
zodat het in de hutkist zou kunnen.
|

Top |
|
Half
december 1955 voeren we naar
Nederland.
De Waterman,
'onze boot' deed er zo'n
drie weken over om van Semarang
via
het Suez Kanaal naar Rotterdam te varen.
Foto: http://www.simplonpc.co.uk/RotterdamLloydPCs.html#anchor62941
De Waterman 1947-1963
Afbeelding
van de officiele Rotterdam
Lloyd ansichtkaart.

|
Een
familie in
een contractpension
Bron: 'Ik
wilde eigenlijk
niet gaan',
Top |
Opnieuw
Beginnen
In
Nederland kwamen
mijn ouders eerst
in een contractpension
In Renkum terecht.
Ze vroegen een grote lening
aan want alles wat ze 'kregen'
aan kleding, voedsel en meubilair,
zou tot aan de
laatste cent moeten worden
terugbetaald.
Sommige zaken waren op advies van 'deskundigen'
aangeschaft, zonder enige overleg
met m'n ouders die er wel voor
moesten betalen.
Dit gold overigens voor meerdere
vluchtelingen (wat de meeste repatrianten
soms in feite waren), mensen die
met slechts een paar overgebleven
bezittingen naar Nederland waren
uitgeweken.
Soms werden er betuttelende aanwijzingen
gegeven, zoals hoe je je vrije
tijd moest invullen (breien voor
de dames!), hoe je moest koken
en het huishouden bestieren. Een
dergelijke houding en armoe waren
jarenlang dagelijkse kost in vele
gezinnen, maar de Indischen hielden
zich stil want ze wilden zo snel
mogelijk integreren.
|

Frustraties
Er
waren veel vriendelijke,
eerlijke mensen die de
Indischen hielpen zich
te schikken in de omstandigheden,
maar helaas vond er ook
discriminatie plaats.
Daarbij kwam ook dat alle aandacht
en inzet gingen alleen uit naar het
oorlogsleed onder de Duitsers. Dat
de gerepatrieerde mensen ook verschrikkelijk
hebben geleden, maar dan onder de
Japanners, werd lange tijd volkomen
genegeerd. Elke poging om erover
te praten werd onmiddellijk afgeremd.
Dit heeft bij velen tot grote verbittering
geleid. |
Foto
boven:
De
Indischen noemden zich
later ook wel INDO'S
wat gezien kon worden
als een acroniem van
In Nederland Door Omstandigheden.
Top
|
|
| |
|
| Nawoord
In
1957 werd de familie,
nog steeds in het
pension woonachtig,
verblijd met opnieuw
een dochter, Els.
Mijn ouders kregen later een huurwoning
toegewezen in Enschede.
Mijn vaders familie kwam in Limburg
terecht en mijn moeders familie
in Leiden en omgeving.

Van
links naar recht: Astrid,
Hanny, Els, Andrew
en Daisy, een nichtje
die in 1961 met haar
moeder naar in Californie
zou emigreren..
|
In
een brief die
mijn ouders
vanaf de boot naar een
tante stuurde,
bleek dat Nederland
als tussenstop
werd beschouwd.
De wens was om
naar Curacao of Brazillie
te emigreren. Helaas
kon deze
droom niet uitkomen,
want mijn
vader was ernstig
verzwakt door de Wereldoorlog
en aansluitend de Onafhanklijkheidsstrijd.
Er ontwikkelde zich
een slopende ziekte bij hem
en hij overleed in
1962.
Mijn moeder had altijd al
een wat zwakkere gesteldheid
gehad en de zorg over vier
jonge kinderen in de moeilijke
en tragische omstandigheden
waren funest. Meteen na
mijn vaders overlijden kreeg
zij allerlei ziekten. Na
een ziekbed van toen jaar
in verschillende ziekenhuizen
en verpleeginrichtingen,
hebben wij in 1972 helaas
ook afscheid van haar moeten
nemen.
Top |
|
|
Links:
Mijn ouders en
broer Andrew.
Rechts:
Stiefmoeder en
vader van mijn
moeder. |
 |
|
|
|